Een lichte bries die over de kust van het eiland heen ging, deed de bladeren van de palmbomen zachtjes bewegen, maar erg verkoelend was het niet. De eerste zonnestralen die de onverharde weg belichten deden al flink hun best om de omgeving op te warmen.
Met de palm van haar hand veegde ze snel haar tranen weg, zodat niemand haar verdriet zou zien. Haar buik trok weer samen en even stopte ze om de pijn te verwerken.
Dit zou de dag zijn waarop ze zo lang gewacht had, maar ook een dag die ze zo vreesde. Gemengde gevoelens die ze nooit mocht uiten. Liefde voor haar ongeboren kindje, pijn van de schaamte die ze met zich mee droeg van het ongehuwd zwanger zijn, de vernederingen die ze heeft moeten doorstaan en de wetenschap dat ze nooit voor dit kindje mocht gaan zorgen.
Om haar heen zag ze mensen die aan het werk gingen, die zich weer klaar maakten voor een nieuwe dag. Een dag zoals elke andere, maar voor haar was dit niet zomaar een dag en dat voelde ze al vanaf het moment dat ze wakker werd.

Haar voeten sleepten zich voort op de veelal zanderige weg. De verstikkende hitte en de pijn die ze had weerhielden haar er niet van om te stoppen. Na een lange, vermoeiende weg kwam ze eindelijk aan bij het ziekenhuis. Een diepe zucht ontsnapte uit haar mond. Zweet druppeltjes rolden langs haar slaap naar beneden, terwijl haar buik weer samen trok, maar nu duurde het langer en werd de pijn heftiger.

‘Een meisje, het is een meisje! Ik heb een meisje gebaard!’

Kleine zwarte krullen dansten vrolijk op het hoofd van het kleine meisje. Diepe donkerbruine ogen keken haar aan. Het kleine handje van het meisje omsloten haar wijsvinger stevig. Het meisje nestelde zich al tegen haar moeder aan, veilig en geborgen. Met haar vingers, nog trillend van de inspanning, streek ze zachtjes over het hoofdje van haar dochter. Ze drukte haar wat steviger tegen zich aan en snoof de oh zo heerlijke geur van een pasgeboren baby op; haar baby.
Een glimlach verscheen op haar vermoeide gezicht.
Maar als snel werd ze overspoeld door gevoelens van verdriet die haar blije en euforische gevoel naar de achtergrond verstomden.  Ze wist dat ze niet bij haar kon blijven. Ondanks dat zij haar gedragen had, haar gevoed had en tegen haar gepraat en gezongen had, was ze niet van haar.  Ze zou haar nooit zien lopen, of horen praten en lachen. Ze zou haar nooit op zien groeien.

Hoe moeilijk het ook was en hoeveel pijn het ook deed, ze wist dat ze haar af moest staan. Het meisje werd weggehaald en op het moment dat ze van haar moeder gescheiden werd zette ze het op een huilen. Haar geschreeuw ging door merg en been.
Ze slikte haar tranen weg en probeerde het gehuil van haar dochtertje te negeren. 

Zonder dochter ging ze weer terug naar huis, het normale leven ging verder. Hoewel ze deed of er niks aan de was,  dacht ze elke dag aan haar. Die mooie bruine ogen, die precies als de hare waren en die schattige krulletjes verschenen ’s nachts in haar dromen, die eindigden in een nachtmerrie; het hartverscheurende gehuil van haar baby die ze niet bij zich mocht houden. Badend in het zweet werd ze wakker, tranen vloeiden rijkelijk en de pijn was bijna ondragelijk.

De dagen werden weken, de weken maanden en de maanden werden jaren.
Jaren van onzekerheid, vragen, pijn en stil verdriet. Nooit heeft ze één woord gezegd over haar kindje, maar ze rouwde in stilte om het verlies.

——————————————————————————————————-

Een man en een vrouw waren tot tranen geroerd toen zij hun dochtertje zagen. Eindelijk was ze daar! Na jaren van onzekerheid en wachten was hun dochter dan eindelijk daar.
Het meisje werd in de armen van haar nieuwe moeder gelegd. Grote donkere kijkers staarden haar aan, dit was haar mama niet. Ze rook anders en zag er anders uit.
Luidkeels begon zij te huilen, maar haar echte mama kwam niet. Deze onbekende vrouw begon haar te troosten en de onbekende man aaide over haar zachte krullen en zei iets wat zij niet begreep.

Weggerukt van alles wat vertrouwd was voor haar, is ze ineens in een koud en vreemd land. In een vreemde omgeving, met vreemde gezichten, geuren en geluiden.
Omdat ze niks anders kan blijft ze maar huilen om haar eigen mama, haar vertrouwde geur en stem.
Langzaamaan begon ze steeds meer te wennen, deze mama was nu haar mama en deze papa was nu haar papa. Diep van binnen zat een vast gewortelde angst dat ze ook deze ouders kwijt zou raken. Dat ze ineens weg zouden zijn, zonder reden of aanleiding.
Het meisje werd steeds groter en wende steeds meer aan haar nieuwe huis in haar nieuwe land. Al gauw leek ze te zijn vergeten wie de vrouw was in het andere, verre land. Ze was zich er niet meer bewust van dat ze ooit ergens anders gewoond had, dat ze ooit een andere naam had en een andere moeder.

Het meisje werd ouder en op een dag vertelden haar papa en mama dat zij ook nog een andere mama had, hier heel ver vandaan in een arm land. Ze vroeg waarom zij dan niet voor haar zorgde en haar ouders vertelden haar dat zij dat niet kon. Ze had geen werk en dus ook geen geld om voor haar te zorgen, ze waren daar heel arm.
‘Maar hield ze dan niet van mij?’, vroeg het meisje verward.
‘Ze hield heel veel van jou, daarom wilde ze graag dat jij hier kwam wonen, bij ons. Zodat wij goed voor jou konden zorgen’, antwoordde haar ouders.
Even keek ze bedenkelijk, maar al gauw leek ze vrede te hebben met het antwoord en ging ze verder met spelen.
Steeds vaker kreeg ze op school vragen waarom zij bruin was en haar papa en mama wit. Telkens weer legde het meisje uit dat zij nog een andere mama had die niet voor haar kon zorgen en dat ze daarom hier was.
Maar hoe ouder ze werd hoe meer vragen zij had. Ze voelde zich schuldig dat ze deze vragen had en dat ze er over nadacht. Dat ze fantaseerde over haar echte moeder en hoe ze eruit zou zien. Het schuldgevoel wakkerde een angst aan dat haar ouders niet meer van haar zouden houden als ze deze vragen en gedachten uit zou spreken, dus vroeg ze nooit iets en hield ze alles voor zichzelf.
De puberteit veranderde alles en ze werd boos. Boos op haar ouders, haar adoptiefamilie, ze was boos op de hele wereld, maar vooral op haar biologische moeder.
Waarom mocht ze niet bij haar zijn? Waarom had haar moeder haar weg gegeven? Was ze niet lief genoeg? Hield zij niet van haar?
Als haar moeder haar niet wilde, waarom zouden anderen haar dan wel willen? Waarom zou ze dan wel goed genoeg zijn voor haar ouders en haar vrienden? Uiteindelijk zouden die haar ook laten vallen, haar in de steek laten.
Haar gevoelens waren één grote achtbaan en gingen alle kanten op, van woede naar verdriet en schuldgevoelens.
Ze kon er niks aan doen maar vragen zoals of haar ogen leken op die van haar moeder en van wie ze dat krullende haar had en of haar moeder ook net zo klein was, bleven haar achtervolgen. Zou ze nog een broertje of zusje hebben?
De vraag die elke puber heeft, waar je achter komt, maar die voor geadopteerden nog 100x zo ingewikkeld is; wie ben ik nou eigenlijk?
Ze vroeg zich ook af of haar moeder nog wel aan haar zou denken.

Mama? Ben je me niet vergeten? Waarom ben je niet hier bij mij? Ik mis je zo erg mama!
Waarom mocht ik niet bij jou blijven? Mama, waar ben je nou?!

’s Nachts huilde zij zichzelf vaak in slaap. Overdag zette ze een grote glimlach op of ze was boos , maar er was geen tussenweg, zwart of wit; grijs bestond niet.
Niemand begreep haar en niemand kon haar troosten.
Waarom was ze niet gewoon blij en dankbaar? Ze had het hier toch goed?
Hoe ouder ze werd hoe moeilijker het werd en hoe minder mensen haar begrepen. Onzekerheid over haar persoonlijkheid werden groter en dat maakte dat ze mensen steeds meer van zich af begon te duwen. Het was een spel van aantrekken en afstoten. Mensen toe laten was moeilijk, maar als ze dat dan deed en ze werd weer in de steek gelaten, werd haar gevoel van afwijzing weer bewezen. Haar gedachte was simpel; ‘Mijn moeder moest mij niet, dus waarom zou een ander mij wel aardig vinden?’
Elke keer weer als mensen vroegen naar haar adoptie kwamen de vragen weer. Alsof het haar niks deed, zonder gevoel stootte ze weer het hele verhaaltje op. Zonder emotie vertelde zij wat iedereen wilde horen. Een weerwoord geven op het ‘dankbaarheid’ verhaaltje deed zij niet meer. Het had geen zin, ze wilden toch niet luisteren.
Maar diep van binnen vocht zij nog steeds met haar gevoelens. Een strijd met het houden van haar ouders en haar biologische moeder. Vragen stellen was moeilijk, bang om haar ouders pijn te doen en het sluimerende schuldgevoel. Toch was er die drang, die bijna dierlijke drang, de nieuwsgierigheid naar haar roots. Telkens als ze vragen had, werden die overschaduwd door dat rot schuldgevoel.
Het volwassen leven diende zich aan en uiteindelijk stichtte het meisje, wat nu een vrouw was, haar eigen gezin.
Ze raakte zelf in verwachting en er waren momenten dat zij dan aan haar eigen moeder dacht en hoe het voor was om zwanger te zijn?
Talloze vragen spookten door haar hoofd, maar ze wist dat ze er nooit een antwoord op zou krijgen.
Een eerste bezoek aan de verloskundige was iets wat voor vele spannend en leuk was, maar voor haar ook moeilijk. De vraag naar erfelijke ziektes in de familie en vragen over hoe de zwangerschap en bevalling van haar moeder waren scheurden de wond weer open.
Het kindje werd te vroeg, maar gezond en wel geboren. Weer kwamen er allerlei vragen naar boven. Maar ze zei niks, tegen niemand. In stilte praatte soms tegen haar kindje en vertelde alles wat zij dacht en voelde en hoe moeilijk zij het vond dat zij dit alles niet kon delen met haar moeder.
Opmerkingen over hoe erg het kindje leek op de vader waren pijnlijk en maakten haar boos. Het enige stukje haar, de enige bloedband die zij had en voelde werd haar afgenomen. In niks was te merken dat familie en vrienden begrepen hoe moeilijk deze opmerkingen voor haar waren. Niemand scheen te begrijpen waarom zij zo boos werd als dat soort opmerkingen gemaakt werden. Maar ook niemand nam de moeite om te vragen waarom zij boos werd. Of wat er schuilde achter die boosheid.

De onmacht die je kan voelen als je niet begrepen wordt doet zeer en is moeilijk. De onmacht die velen geadopteerden voelen, het niet begrepen worden maar vooral niet de erkenning krijgen dat er zoveel mis is met adoptie doet pijn.
Voor velen lijkt het een mooi sprookje, een kindje adopteren uit een ver land. Het een goed leven geven, veel liefde en zorgen dat het aan niets ontbreekt. Alles waarmee adoptiebureaus schermen om dit in stand te houden, maar niets is minder waar en de waarheid is dat vroeger maar zeker ook nu, nog steeds vrouwen verkracht worden hun en kinderen verkocht worden voor adoptie. Kinderen die gestolen worden uit ziekenhuizen, kinderen die ontvoerd worden en dat allemaal om te voldoen aan de voornamelijk westerse behoefte om een kind te hebben.
Er wordt grof geld aan verdiend en de rechten die wij als geadopteerden hebben zijn matig. We hebben er niet om gevraagd, maar we moeten toch om leren gaan met de pijn en alles wat samenhangt met onze adoptie.
Helaas zijn er ook vele van ons die hier niet mee om kunnen gaan en die zichzelf van het leven hebben beroofd of die verslaafd zijn geraakt.
Wij zijn een ondergeschoven kindje, bijna letterlijk, die niet mogen klagen en die alleen maar dankbaar mogen zijn. Al onze andere gevoelens mogen er van de maatschappij niet zijn.
Vele willen alleen zien hoe goed de adoptieouders het doen en hoe groot hun hart geweest moet zijn om zo een stap te zetten.
Denk ook eens aan het adoptiekind en alle dingen die het voor hen met zich mee brengt. Het stille verdriet dat zij vaak voelen, geef ze een stem en wees een luisterend oor.